Mijn jeugd speelde zich af in het decor van de Alkmaarse binnenstad. Dijk 7 was 24 jaar lang mijn uitvalsbasis, een bovenwoning met een garage op de begane grond. Achter de zware houten deuren met dito beslag stond de auto van mijn oma en mijn vader had er zijn werkplaats. Op een dag liep een buurman binnen terwijl mijn vader daar aan het klussen was, liep door naar achteren zonder iets te zeggen en begon de achtermuur op te meten. Eenmaal klaar liep hij weer naar voren en zei bij het verlaten van de garage “Ach Ben, verkoop dat zootje toch gewoon aan mij”. Die buurman was Koos Nool, de uitbater van de meeste ramen aan de Achterdam, hét hoerenstraatje van de kop van Noord-Holland.
Mijn ouderlijk huis is om hoek bij de Achterdam. De achterkant van wat toen ons huis was staat haaks op de zijgevel van een pand aan de Achterdam. Totdat ik een jaar of twaalf was had ik denk ik nog niet het besef wat die gezellig roodverlichte kamertjes met lingeriepopjes achter glas precies voor doel had. Ik was immers opgegroeid met dit beeld dat voor mij de normaalste zaak van de wereld was. Bij één van de hoerenmadammen, Toetsie, kwam ik nog wel eens over de vloer als klein kind. Zo at ik er wel eens een pannenkoek, kwam ik met speelgoed thuis dat ik van haar had gekregen of mocht ik haar auto wassen in ruil voor vijf gulden. En dit allemaal buiten Toetsies “kantoortijden”, laat dat duidelijk zijn. Nu niet meer voor te stellen, maar toen heel normaal.
Halverwege was de antiekhal van Henk van Zijpe, voormalig profbokser. Een aardige man met hese stem waar ik ook vaak te vinden was. En aan het begin van de Achterdam zat paardensportwinkel Rozenhart. Zij hadden een grote etalageruit met een opgezet paard erin, aangekleed met diverse accesoires die niet op de basisuitrusting van een paard te vinden zijn.
Ik werkte op de zaterdag van mijn 12e tot 16e bij een melkboer, mijnheer Laan. Op de vraag van Koos Nool wat dat opleverde, zo’n dagje ploeteren op de kleine Spykstaal SRV wagen in weer en wind, meldde ik dat twaalf gulden vijftig zaterdags aan het eind van de dag in mijn hand gedrukt kreeg. Wat ik daar mee deed, met dat geld, vroeg hij door. Ja, dat ging op aan mijn eerste walkman of aan de nieuwste Nikes (dat sprak je toen nog uit als naaiks en dus niet naai-kies, zoals ze tegenwoordig worden genoemd). “Dat is niet slim van je” antwoorde hij met een licht corrigerende noot in zijn stem. “Als je al dat geld had opgespaard dan had je nu je eerste pandje kunnen kopen. Zo ben ik ooit begonnen, hier, in de Achterdam. In ’72 kocht ik er mijn eerste pandje en moet je nu kijken”.
En zo is het gegaan. Het is met één pandje begonnen en uiteindelijk heeft de Groene Klok b.v., genoemd naar Nool’s toenmalige woonhuis aan de Zijdam, zo’n beetje het gehele straatje in bezit genomen. En laten we eerlijk zijn, elke keer dat er een pand aangekocht was werd het tot op de muren gestript en bouwkundig in wondermooie staat hersteld. Weliswaar met een nieuwe functie, maar het aangezicht van de Achterdam werd steeds netter. Er kwamen faciliteiten als een eigen wasserij waar daags de lakens uit alle kamertjes werden gewassen, een behandelkamer voor een GGD arts en een speciale SM ruimte voor de man met onderdanige verlangens. De dames beschikken over een alarmknop voor ongewenst gedrag van bezoekers waar 24×7 een team van uit de kluiten gewassen mannen die daar adequaat op reageren. Het was op een gegeven moment zo goed geregeld dat het genotsstraatje als europees voorbeeld is gesteld, met bijbehorende Brusselse subsidie.
Met de groei van de business, het straatje had zogezegd de potentie om de kop van Noord-Holland van sexuele diensten te voorzien, groeide ook de interesse van de onderwereld. Nool heeft volgens mij altijd de balans gezocht en gevonden tussen de boven- en onderwereld. Je ontkomt er niet aan in die bedrijfstak die sinds een aantal jaren ook erkent is door de belastingdienst middels BTW heffingen.
Ik hoop niet dat het sluiten van de ramen definitief het einde van dit werkterrein wordt. Het is in mijn ogen onlosmakelijk met elkaar verbonden. Bovendien is het juist dankzij de inrichting van de Achterdam op één plek gecontcentreerd en dus goed te controleren maar dan moet dat wel worden gedaan. Het is op een gekke manier ook een toeristische attractie voor velen die de stad aan doen. Laat de plaatselijke politiek wel alles doen aan bestrijding van gedwongen prostitutie en aan de overlast die er is voor omwonenden. En dan juist in samenwerking met Nool, die zich in het verleden ook bereid heeft getoond hier aan mee te werken.
