Afgelopen zaterdag om 12.57 (lang leve de atoomklok gestuurde wekkerradio) is bij ons thuis Bessel geland. Hij eet goed, poept goed, slaapt goed. Kortom: hij is goed bezig. En met z’n 55 centimeter paste ‘ie niet eens in zijn eerst pakje dat klaar lag voor ‘m. Het maakte van ons kind een chique verpakte rollade. Nou vónd ik al dat ie zelfs naast de troostprijs van elke schoonheidswedstrijd zou grijpen, dat vind ik namelijk altijd van kersverse babies, maar pakje maakt het alleen maar erger. Een uur na de geboorte is de ergste plooi uit zo’n kind en zie je pas hoe ernstig mooi het is. Gelukkig voor hem was het geen sollicitatie bij zijn toekomstige ouders want op representatie had ik punten moeten laten liggen.
De geboorte ging niet zonder moeite, maar uiteindelijk wel vlot. ‘s Avonds voor het slapen gaan had Allie wat last van haar buik, “Zou het dan vannacht komen?” grapte ze nog. Rond twee uur ‘s nachts werd het bericht steeds serieuzer en rond negen uur in de ochtend werd het steeds meer onderwerp van gesprek. Elke zes á zeven minuten kromp ze ineen om de kracht en daarmee samenhangde pijn van de rugweeën te onderdrukken en liet ze met een ritmisch puffen gecontroleerd te doen wegvloeien. Verloskundige Tom gebeld, die was al ergens anders een kind aan het halen. Collega Minke arriveerde vlot in plaats van Tom, prikte de vliezen door en het wachten kon beginnen.
Het zal rond 12.25 zijn geweest toen de eerste perswee zich met geweld aandiende. Dus het hele circus trad aan in de slaapkamer. Duidelijke instructies van Tom werden ondanks de impact die het had op het lichaam van Allie, 1 op 1 opgevolgd door gepaste acties. Het duurde niet al te lang tot het schedeldak te zien was. Weer zoveel haar, net als bij Sepp. Nog maar een keer meesurfen op die perswee. Daar kwam het hoofdje. En het hoofdje alleen. Een klein paars hoofdje zag ik met dichtgeknepen oogjes en een openstaand mondje. Het hoofdje had het duidelijk niet naar zijn, of haar want ook toen wisten we nog niet wat het zou worden, zin. Nog een keer persen. Geen beweging. Maar ondertussen zag ik nog steeds dat paarse hoofdje. Schouders te breed. Het lukte Tom niet om de schouders voorbij het schaambeen te krijgen. Gevloek. En nog steeds het paarse hoofdje. Ik schoot vol, de gedachte dat ik mogelijk naar een stervend kind zat te kijken schoot door mijn grijze massa. Wat nu dan? Naar het ziekenhuis? Kan dat met die baby zo half uit het portaal hangend?
“We gaan het anders doen“, riep Tom. Waarop bij mij een soort opluchting ontstond, gestuwd door de gedachte “Gelukkig, een man met een plan“. “Op je knieën!“, vervolgde Tom. “Wát?!” klonk Allie ontsteld, die een herhaling van de opdracht nodig had om zeker te zijn dat dít het moment was om van positie te veranderen. Ondertussen liep mijn schoonzus zwaar verontrust heen en weer, die zag blijkbaar alle doomscenarios van een heel seizoen “De Bevalling” voorbij komen. “Je gaat nu op je knieën en ellebogen“, beval Tom die zeker was van twister zonder mat. Nog voor ik het doorhad was Allie geslaagd in een rollover. Nog steeds zag ik het paarse hoofdje, dat toch een soort berusting in het lot uitstraalde.
Het bleek schaakmat voor grootmeester Tom Kreuning. Twee, misschien drie persweeën later floepte het kind er met oerkreten uit. En dan nog die luttele seconden dat je al je waarnemingsvermogen gebruikt om te zien of het allemaal goed is gegaan. Een klein schokkend paars lijfje begon ook nog eens geluid te produceren. 12.57 gaf de klok aan. De lente was begonnen als een spannend boek. Hoofdstuk één had al een gelukkige ontknoping en Bessel was zijn naam. Hij gaat ons nog flink wat hoofdstukken bezorgen. Het is een mooi kereltje met zachte hamsterwangetjes en een ernstige blik.
Zaterdag 21 maart 2009 was een memorabele dag. Wel jammer dat ik niet kon motorrijden met dat mooie weer.